kort verhaal non-fictie verhaal

Het vitamine D drama!

Een onbehagen gevoel overvalt me, een misselijk makend gevoel maakt zich meester van mij. Ik weet niet waarom. “Waar is ze?” roep ik als een idioot door het huis heen. “Hoezo waar is ze?” “Waar is Barbara, waar is ze?” “Ik weet het niet!” Roept mijn vader. Samen rennen we de trap op, roepen harder dan bedoeld door het huis heen. “Barbara, Barbaratje, schatje waar ben je?” Geen antwoord, geen kick geen enkel geluid dat ons kan gerust stellen.
Met kloppend hart en knikkende knieën maken we haar kamertje open. Oh My god! Daar zit ze…gewoon op de grond. Maar wat doet ze? Wat heeft ze daar? Nee…! Een potje met pilletjes. Het was een nieuw potje, en het is…het is leeg! Op een paar pilletjes na is het potje leeg! Ik gil, wij gillen “Barbara, Barbara alsjeblieft, alsjeblieft god laat dit niet verkeerd aflopen.”
Ik snap niet hoe het kan, maar ineens word ik overvallen door een rust waarvan ik het bestaan niet ken. Het lijkt of ik naast mezelf sta. Naast de zijlijn. Ik hoor mezelf zeggen: “Rustig blijven nu, geen paniek.”
Mijn vader snikt en roept hysterisch “Nee, nee Barbaratje…niet onze Barbara!” Kalm pak ik het potje op. Barbara oogt helder. Ze lacht, “wat is er mama, mama huilen? Opa huilen?” Gerust stellend zeg ik dat er niks aan de hand is. “Opa en mama zijn heel erg geschrokken Barbara omdat jij niks zei toen we jou riepen” leg ik haar uit. Ik geef haar aan mijn vader en mijn vader begint haar te knuffelen.
Snel ren ik de trap af op zoek naar mijn telefoon. Ik bel de huisarts. Shit nee, antwoordapparaat.” Kies één voor noodgevallen”, ik druk nummer één in. Tergend lang duurt het voor mijn gevoel als plots een stem zegt: “Goede middag zegt u het maar” In alle rust en duidelijkheid vertel ik de persoon aan de andere kant van de lijn het verhaal van wat ons net is overkomen. “Hoe oud is Barbara mevrouw?” ik vertel haar dat Barbaratje tweeënhalf is “Wat voor pilletjes waren het mevrouw?” Vraagt de vriendelijke stem. “Ze heeft een heel potje vitamine D op.” Tegen beter weten in hoop ik dat ze zegt: dat het niet zo erg is, dat ze zegt: Oh het zijn maar vitamine.
Maar nee, ze zegt: “Mevrouw het is belangrijk dat u en uw vader nu heel rustig blijven, Ik stuur geen ambulance dat kost te veel tijd. Je vader of jij neemt Barbara in de armen en jullie komen direct naar het ziekenhuis gereden. Ik zorg dat jullie bij de eerste hulp gelijk opgevangen worden.
“Is het gevaarlijk, is ze in levensgevaar?” Vraag ik haar. “Het is belangrijk dat u rustig blijft mevrouw, met deze hoeveelheid pilletjes bestaat de kans dat ze in coma raakt.”
“Oké” zeg ik haar in alle rust, ik roep mijn vader en we gaan op weg, op weg naar het ziekenhuis. Ik vertel mijn vader niks over het coma, nee ik zeg hem niks over dit. Geen paniek had de vriendelijke persoon aan de andere kant van de lijn gezegd . Geen paniek. Ik handel kortdaad, “jij houd Barbara vast ik rij, mijn auto is kleiner dus gemakkelijker te parkeren.” Onderweg naar het ziekenhuis wisselen we geen woord, Barbara wordt zichtbaar suffer.
Zoals de mevrouw aan de andere kant van de lijn had gezegd staat er een hele brigade klaar om ons op te vangen. Op afstand roepen ze: “Zijn jullie de familie met Barbara?” “Ja” roep ik terug. Nog voordat we ook maar iets konden doen, wordt Barbara van ons overgepakt. “Jullie blijven hier wachten totdat er iemand naar jullie toekomt” en weg… stil, een verlaten kille gang.
De paniek vliegt mijn vader om het lijf. “Wat is er in hemelsnaam aan de hand, waarom worden we hier al opgewacht?” Hij is door het dolle heen, zeker als we naar een aantal minuten een gegil horen dat gaat door merg en been. Hij gaat opzoek naar een dokter… een zuster. Tegen de eerste de beste witte jas die hij ziet begint hij als een bezetenen te razen, hij wil verhaal halen. “Meneer blijft u alsjeblieft rustig” zegt de vriendelijke verpleegkundige, “ik geef u en uw dochter een kopje koffie en ga iemand voor u zoeken, die jullie meer kan vertellen.”
Uit het kamertje waar Barbara was ingegaan wordt het gegil inmiddels ondragelijk, ook ik kan het niet meer aanhoren. Mijn hart krimpt ineen. De ergste scenario’s gaan door mijn hoofd.
“Ik ga naar buiten, even een luchtje scheppen” roept mijn vader duidelijk overstuur. Ik blijf achter in de wachtkamer, de rust die me ten deel was gevallen, begint beetje bij beetje af te brokkelen, de adrenaline giert door mijn lijf. Enkele minuten zijn verstreken als pa met een rood hoofd van opwinding voor me staat. “Ik stond buiten volgens mij onder het raam van het kamertje waar Barbara in is. Het gegil was daar nog beter te horen.” Lam geslagen neemt hij plaats in de stoel naast mijn, en nipt in shock van zijn koffie.
En dan is het is stil… heel stil! Angstig kijken we elkaar aan. Onze blikken spreken boekdelen. We zeggen niks, maar allebei denken we het zelfde. Alles om me heen begint te draaien het klamme zweet breekt me uit. Ik begin te braken, zie zwarte vlekken voor mijn ogen.
“Goede middag mevrouw, goede middag meneer” klinkt ineens een zachte stem uit het niets. “Sorry voor het wachten, maar in geval van urgentie gaat de zorg altijd als eerste uit naar de patiënt” Ik ben de behandelend kinderarts die Barbara opgevangen heeft.” Ze steekt haar hand uit, en schud ons de hand.
Wat wil ze zeggen gaat het door mijn hoofd, Wat gaat ze zeggen? “Loopt u samen maar mee naar mijn kamertje, dat praat wat rustiger.” Ze kijkt schuin naar de andere mensen die inmiddels ook in de wachtkamer zitten. Met knikkende knieën lopen we achter de kinderarts aan.
“Ik zal u eerst vertellen waarom jullie Barbara zo hoorde gillen. Nadat we ze van u over hadden genomen hebben we direct gehandeld, iedere seconde telden. Haar maag moest leeg worden gepompt. Ik kan jullie vertellen dat ging niet heel gemakkelijk, wat is dat kleine ding sterk. We moesten haar met vier man vasthouden. We hebben ze tegelijker tijd iets rustgevends gegeven. Maar ik kan jullie vertellen” zegt ze blij. “Alles is uit haar maag, en al haar orgaan functies werken. Alleen één dingetje, ze slaapt momenteel, waarschijnlijk door de opwinding en de medicatie die ze heeft gekregen.”
De tranen rollen over mijn wangen, ik kijk mijn vader aan, ook hij heeft tranen. Tranen van blijdschap. We springen op en bedanken de kinderarts. Wat zijn we blij we rennen naar het kamertje van Barbara ze slaapt, een klein snurkje verraad dat ze er echt is. Na een paar minuutjes opent ze haar oogjes, ze lacht! Blij en opgelucht nemen we haar na een halfuurtje weer mee naar huis.
@ Lucia

Pocket

Share and Enjoy !

0Shares
0 0 0
Geen Comment
Previous Post
5th januari 2018
Volgende
5th januari 2018

Geen Comment

  • johanpersyn

    Wat een geluk dat het goed is gekomen. Ik hoop dat jullie jullie angst wat kunnen verwerken zonder dat Barbara aan zich gaat schuldig voelen. Dikke knuffel.

Leave a Reply

Related Posts